Fransiscanessen in Bodegraven

(een eeuw goede werken)

De drie geloften van de kloosterorde

Wie intreedt in een orde van Franciscanen of Franciscanessen legt daarvoor een aantal geloften af. Hieronder een beschrijving van deze drie beloften.

1. De gelofte van armoede

Deze gelofte houdt in, dat je als religieuse leeft in gemeenschap van goederen. Samen delen, geen eigendommen, geen eigen salaris. Wanneer je deelt met elkaar, is er nooit tekort en wat overblijft kan worden besteed voor projecten die de armen ten goeden komen.

2. De gelofte van gehoorzaamheid

Deze gelofte houdt in, het horen naar elkaar, bepaalde opdrachten naar eigen geweten vervullen. Horen naar wat bij de medezusters en bij de mensen om je heen leeft, en daar proberen gehoor aan te geven.

3. De gelofte van Zuiverheid

Deze gelofte houdt in, het bewust kiezen voor een ongehuwd leven. Dan heb je meer tijd voor gebed en bezinning. Een luistrend oor voor wie dat nodig heeft, en het geeft de mogelijkheid om je vrij te maken voor wie dat nodig heeft.

Diverse stadia voor intreding

Voor een zuster haar eeuwige gelofte aflegde, was er een flinke tijd van voorbereiding aan vooraf gegaan. Er waren een aantal fasen die ieder op een speciale manier werden afgesloten.

Postulaat

Een meisje dat zich had aangemeld om in het klooster in te treden deed eerst een half jaar mee als "postulant". Daarbij droeg ze de postulantenkleding, een zwarte jurk met bijbehorende sluier. Na dat half jaar volgde de zogenaamde "inkleding". Vanaf dat moment kreeg ze de bruine habijt en zwarte schapulier, de kleding van de Franciscanessen. Daarbij werd nog wel een witte sluier gedragen. Bij de inkleding kreeg de zuster ook een nieuwe naam; de oude, wereldse naam behoorde vanaf dan tot het verleden. Het afleggen van deze kleine gelofte vond meestal plaats in het moederhuis (tot 1921 in Salzkotten in Duitsland, daarna in het provinciaal moederhuis Alverna in Aerdenhout.

Novitiaat

Na ongeveer twee jaar als novice te hebben meegeleefd met de zusters kon de zuster de zogenaamde "kleine gelofte" afleggen, ook wel "kleine professie" genaamd. Deze gelofte hield in, dat ze beloofde voor drie jaar trouw te blijven aan de kloostergeloften.

Periode van uitzending

Dezse periode kan worden gezien als een soort stageperiode. De zuster werd geplaatst in één van de huizen van de kloosterorde waar zij nader kennismaakt met de orde. Deze periode werd afgesloten met het afleggen van de "eeuwige gelofte", ook wel "grote professie" genaamd. Ook het afleggen van de eeuwige gelofte vond plaats in het moederhuis in Salzkotten en later in Aerdenhout.