Fransiscanessen in Bodegraven

(een eeuw goede werken)

Bezetting op 1 januari 1918

Begin 1918 bestond het pensionaat in Bodegraven uit de volgende onderdelen:

In het hele Sint-Jozefgesticht waren er 119 internen:
- 29 zusters
-   3 onderwijzeressen
-   2 kostdames
-   4 dienstmeisjes
-   1 knecht
- 60 pensionairen
- 20 leerlingen normaalschool

(klik op de links in het verhaal om meer detail daarover te zien)

Interbellum

Kort na de start van de normaalschool brak de Eerste Wereldoorlog uit. Het werd een moeilijke tijd voor de zusters. Het contact met het moederhuis in Salzkotten was lange tijd verbroken. En ook het feit, dat diverse zusters de Duitse nationaliteit hadden, wekte argwaan op. Maar gelukkig konden de zuster de twijfelaars overtuigen van hun goede bedoelingen.

Kort na het begin van de oorlog kwamen er ook Belgiche vluchtelingen die ook hun kinderen meenamen. Er werden 12 kinderen van vluchtelingen in het zusterhuis opgenomen. De Belgische kinderen schrokken natuurlijk erg toen ze merkten dat een deel van de leiding de Duitse nationaliteit hadden. Maar ze merkten al snel op:

"Jullie zijn geen echte Duitsers. Jullie zijn zo lief voor ons. De Duitse soldaten in Antwerpen waren heel gemeen".

Nederland stelde zich weliswaar neutraal op in de Eerste Wereldoorlog, maar er ontstond toch gebrek aan levensmiddelen. Er moesten in het zusterhuis vele monden worden gevoed. Nu lag er aan de overkant van de weg een grote weide, waar vaak op werd gevoetbald. De zusters lieten de grond omploegen en ze lieten er groente, aardappelen en fruitbomen op zetten. OP deze manier kon men toch de vele monden in het pensionaat voeden. Men kon ook nog een stuk grond ernaast kopen, zodat men ook wat vee kon houden. Drie koeien, ťťn geit, enkele varkens en vele kippen. Zo had men dus verse eieren, melk groente en fruit uit de eigen tuin. In een deel van de tuin werden een paar schommels en wippen geplaatst, zodat de meisjes uit het internaat hier in hun vrije tijd konden spelen.

Vele jaren later, kunnen we deze tuin nog steeds in Bodegraven tegenkomen, nog steeds met de naam "De oude Zustertuin".

Na de Eerste Wereldoorlog werd de situatie weer wat normaler. Het contact met het moederhuis in Salzkotten kon weer worden hersteld. Het aantal leerlingen groeide weer. Er kwamen wat wisselingen in de zusters; er gingen zusters uit Bodegraven naar andere vestigingen van de orde, en er kwamen andere zusters, zowel uit Nederlandse vestigingen als uit het moederhuis in Salzkotten in Duitsland.

In 1920 kwam er een wijziging in de organisatie van het zusterhuis. Tot die tijd stonden de scholen onder het beheer van het kerkbestuur van de kerk van Bodegraven. De dagelijkse leiding was weliswaar in handen van de zusters, maar organisatorisch viel de school niet onder hen. Voor deze bestuursvorm was 45 jaar geleden gekozen vanwege het feit dat de congregatie de financiŽle last niet zou kunnen dragen. Maar rond het eind van de Eerste Wereldoorlog was dat anders. Op 20 november 1917 ontving het instituut bij koninklijk besluit een eigen rechtspersoonlijkheid onder de naam van "Zusters Franciscanessen van de Sint Josef-stichting"

Nieuwe kapel

Omdat het aantal bewoners van de stichting steeds groter werd, gaf dat problemen. Niet alle zusters konden gelijktijdig de mis in de RK-kerk aan de overkant meemaken. Daarom werd de kapel uitgebreid. Tevens werd er een rector verbonden aan het pensionaat, zodat de vieringen en de biecht-afname in het pensionaat zelf konden plaatsvinden.

Uitbreiding in 1921

In 1921 vond er weer een uitbreiding plaats. Naast het zusterhuis woonde een dokter, dr.Blauw. Hij had zijn praktijk opgeheven, en ging verhuizen. De zusters kochten het huis, zodat het pensionaat kon worden uitgebreid. Beneden werden enkele spreekkamers ingericht waar familieleden die op bezoek kwamen met hun kindren konden verblijven. En boven kon wat kantoorruimte worden ingericht.

Er werden ook wat moderniseringen doorgevoerd. In 1924 werd electrisch licht aangelegd. Verder kwam er een stoomketel voor warm water en kwam er een telefoon in het zusterhuis te staan.

Teleurstelling en vernieuwing

In 1924 kwam er een teleurstellend bericht van de inspectie van het onderwijs. De eisen voor het opleiden van onderwijzeressen aan de normaalschool werden verscherpt. Dat betekende hoge investeringen, die niet mogelijk waren. Slechts 10 jaar had de normaalschool bestaan in Bodegraven. De hoogste klassen mochten nog 2 jaar blijven, zodat de kinderen uit die klassen nog examen konden doen. Maar in 1926 was het toch afgelopen met de normaalschool

Maar niet getreurd. De eisen voor een naaischool waren lager, zodat de zusters besloten vanaf 1924 een naaischool op te richten. Later werd de school aangesloten bij de vereniging van mode-vakscholen. Verder werden er ook kooklessen gegeven. Op deze manier kwam er in Bodegraven een heuse huishoudschool.

Een aantal jaren daarna kon er nog een uitbreiding plaatsvinden. Na wat verbouwingen werd het mogelijk om ook een ULO-school in het dorp op te richten. In 1930 konden leerlingen van deze ULO-school voor het eerst examen doen.