Fransiscanessen in Bodegraven

(een eeuw goede werken)

Clara Pfänder

De oprichtster van de orde in Duitsland was Clara Pfänder. Ze werd geboren op 6 december 1827. Haar vader was Luthers, haar moeder was Rooms Katholiek. Op 12 jarige leeftijd overleed haar moeder. Ze koos ervoor om verder te leven in de lijn van het geloof van haar moeder. In 1851 koos ze voor een leven in het klooster en trad ze in in het klooster van Paderborn. Na negen jaar als kloosterzuster en lerares bleek, dat ze het niet eens was met de opvattingen uit het klooster in Paderborn. Met toestemming van de abdis en van de bisschop van Paderborn stichtte zij in 1860 in Olpe een nieuwe Franciscanesser orde. Na drie jaar verhuisde het klooster naar Salzkotten.

Otto von Bismarck

Otto von Bismarck werd in 1862 minister president van Pruisen. Binnen de Duitse bond was Pruissen de machtigste staat, zodat hij veel invloed had in de landspolitiek. Hij was conservatief in zijn opvattingen.

Nadat in 1870 de Frans-Duitse oorlog werd uitgevochten, die door Duitsland werd gewonnen, werd Bismarck rijkskanselier; naast keizer Wilhelm de belangrijkste man in Duitsland. Als conservatief zag hij het zijn taak om het keizerrijk te beschermen tegen al te moderne invloeden. Tussen 1871 en 1878 was hij betrokken bij de zogenaamde "Kulturkampf". Omdat Bismarck vreesde dat de Duitse katholieken zouden samenspannen met de overwonnen vijanden Oostenrijk en Frankrijk, wilde hij de macht van de katholieken inperken. In 1871 werd de "Kanzelparagraph" afgekondigd, wat vrij vertaald inhield dat er vanaf de kansel in de kerk niets meer mocht worden verkondigd dat ook maar iets met de politiek te maken had. In 1872 werd de orde van de Jesuïten verboden. Deze orde had zich ingezet voor goed onderwijs in het land. Nog een paar jaar later werd het voor alle geestelijken verboden om onderwijs te geven.

Vele kloosterorden, en met name de Franciscanessen, waren betrokken bij het onderwijs. Als dat niet meer mogelijk was, dan zouden de inkomsten die men daaruit had, dus ook wegvallen. Voor vele congregaties was het dus een zeer moeilijke tijd.

(klik op de links in het verhaal om meer detail daarover te zien)

Vooraf

De ordes in Duitsland

In 1849 wordt er in Duitsland in de omgeving van Paderborn door Pauline von Mallinckrodt een Franciscaner orde opgericht. Deze orde legt zich toe op de christelijke naastenliefde en neemt de leefregel van Franciscus aan. De orde groeit snel en na een paar jaar is er sprake van een bloeiende kloosterorde.

Na een paar jaar treedt zuster Clara Pfänder in de orde in. In 1851 legt zij haar gelofte af, en zij verblijft in het klooster in Paderborn tot 1860, waar zij als lerares werkt.

Maar Clara kan het niet helemaal vinden in de opvattingen van de congregatie. Ze wil dat er meer aandacht is voor gebed en overdenking. Na toestemming van de bisschop van Paderborn richt zij in Olpe een nieuwe orde op, ook gericht op de leefregel van Franciscus.

De door Clara Pfänder gestichte gemeenschap blijft maar drie jaar in Olpe. Dan verhuist de orde naar Salzkotten, waar ook heden ten dage deze gemeenschap is gevestigd.

Politieke situatie in Duitsland

Toen door Otto von Bismarck de strijd tegen de kerk werd verhevigd werd het voor kloosterordes erg moeilijk om nog te blijven bestaan. Onderwijs geven was niet meer toegestaan, voor de ordes een belangrijke bron van inkomsten. In Salzkotten was er een weeshuis met 120 kinderen die uiteraard moesten worden gevoed; daarvoor was natuurlijk geld nodig. Door de zusters werd begin 1874 een collectereis gehouden om inkomsten te verwerven. Zo'n collecte was in Duitsland verboden, maar in Nederland was dat wel toegestaan. De reis voerde in eerste instantie naar noord-Nederland

Later in het jaar 1874 voerde een volgende reis van zuster Gregoria Korte en Adalberta Ante naar het bisdom Haarlem. Na toestemming van de bisschop en van de lokale pastoors kon men gaan collecteren. Ook in Bodegraven werd, na toestemming van pastoor Van der Ven een collecte gehouden.

Op deze manier kwam de plaats Bodegraven voor het eerst in contact met de zusters Franciscanessen. De positieve houding van de kerk in Bodegraven tegenover de zusters leidde later tot de vestiging van de zusters in dat dorp.