Persoonlijke website van
Wim Kusee

(onderdeel : Bodegraven, kaasdorp aan de Rijn)

Musea

Er zijn diverse leuke musea te bezoeken in Bodegraven en nabije omgeving.
Hieronder vindt u er enkele:

Kaasmuseum

Het kaasmuseum is gevestigd in het Evertshuis (zie foto). Het is niet alle dagen geopend, dus informeer u even goed op welke dagen u het kunt bezoeken. Normaal gesproken is het open op zaterdagen en verder op afspraak.

Er is ook een eigen website van het kaasmuseum.

Ga er gerust eens even kijken. Voor de toegangsprijs van 3 euro hoeft u het echt niet te laten.

Wat is er te zien?

In het Kaasmuseum in Bodegraven komt u alles te weten over het maken van kaas, met name de boerenkaas. Deze wordt in de omgeving van Bodegraven nog steeds op tientallen boerderijen gemaakt. Aan de hand van honderen voorwerpen, foto´s, oude documenten en films wordt een levensecht beeld gegeven van de kaasmakerij en wat daarmee verband houdt. Zo krijgt u een beeld van de melkwinning, de boterbereiding, de kaasmarkt, de kaashandel en de kaasopslag. Met authentieke materialen zijn onder meer een stal en een vooroorlogse Goudse- en Leidse boerenkaasmakerij en een kaaspakhuis ingericht.

De stichting Kaasmuseum Bodegraven probeert de oude gereedschappen en materialen die vroeger op de boerderij voor de kaasmakerij werden gebruikt voor het nageslacht te behouden. De stichting stimuleert onderzoek naar de historie van het kaasmaken en geeft publikaties uit. Naast de vaste opstelling worden in het museum ook wisselexposities gehouden.

Geschiedenis van de kaasmakerij

Het maken van boerenkaas gebeurde in de omgeving van Bodegraven al in de achttiende eeuw, hoewel toen nog op kleine schaal. De kaas die op de boerderij werd bereid werd rechtstreeks door de kaashandelaar bij de boer opgekocht. De grote opkomst van het kaasmaken komt eigenlijk pas na de oprichting van de boerenkaasmarkt in 1882. De kwaliteit van het grasland verbeterde in die tijd. De oprichting van de Kaasmakrt maakte het voor de boer lonend om intensiever kaas te gaan maken, zodat de kaasproduktie veel groter werd. Sindsdien is Bodegraven een kaascentrum van belang. Bodegraven heeft nog steeds elke dinsdagmorgen een echte kaasmarkt. Een groot deel van de kaasexport uit Nederland loopt via Bodegraven.

Lange traditie

Op sommige boerderijen wordt nu al meer dan honderdvijftig jaar kaas gemaakt, een traditie die van moeder op dochter of schoondochter wordt doorgegeven. Het principe van de kaasbereiding is door de eeuwen heen niet veranderd. Het procedee mag dan in grote trekken niet veranderd zijn, de gereedschappen en hulpmiddelen zijn dat wel. Vroeger ging alles met handkracht, terwijl nu een aantal handelingen is gemechaniseerd. Ook is het materiaal waarvan de gereedschappen werden gemaakt door de jaren heen veranderd.

In het kaasmuseum van Bodegraven krijgt u van dit alles een goed overzicht. Het museum is beslist de moeite waard. Het is gevestigd op de zolder van het Evertshuis, dichtbij het station en met goede parkeergelegenheid voor de deur. Ook voor minder validen is het museum met de lift goed bereikbaar.

Bovenstaande tekst is met toestemming overgenomen van het Kaasmuseum

[ naar de bovenkant van de pagina ]

Museum de Koffietuin

De gemeente Bodegraven kent naast het bekende kaasmuseum nog een museum. Het is gevestigd in een oude boerderij in Nieuwerbrug, 5 km ten oosten van het dorp Bodegraven.

Het museum is in de winter geopend op de eerste zaterdag van de maand van 12 tot 17.30 uur, in december ook op zondag van 11 tot 17 uur.
In de zomer is het museum vaker geopend. Dan kun je iedere vrijdag, zaterdag en zondag van 11 tot 18 uur terecht. Daarbuiten is het museum op afspraak te bezoeken.

Wilt u meer weten over de koffietuin, ga dan naar de website van de koffietuin.

[ naar de bovenkant van de pagina ]

Weijpoortse molen

Naam Weijpoortsche Molen
Adres Weijpoort 25, 3448 BW Nieuwerbrug
Eigenaar Rijnlandse Molenstichting
Contactpersoon/molenaar Bodegraafs Molenaars collectief
p.a. Lijster 14, 2411 KL Bodegraven
tel. 0172 - 614061
e-mail :
bezoekmogelijkheden Als de molen draait (bijna elke zaterdag)
Intree : gratis
Niet toegankelijk voor kinderen onder de 8 jaar
Functie poldermolen
Model wipmolen
Vlucht 27,40 meter
Inrichting Vijzel (tot 1938 scheprad)
Bouwjaar oorspronkelijk 1564, herbouw 1674

Geschiedenis

In de verre oudheid vormde zich in westelijk Nederland een uitgestrekt veenmoeras wat in de Middeleeuwen grootschalig werd ontgonnen door grote groepen kolonisten. De Weijpoortsche polder hoorde aanvankelijk bij de "Zuidzijde van Bodegraven" en loosde haar overtollige water op de Oude Rijn. Het viel onder het oude Grootwaterschap van Woerden.

In 1363 trad men hieruit en groef een eigen afwateringskanaal helemaal naar de Hollandse IJssel om daar het overtollig water op te gaan lozen. In 1480 was het opgedroogde veenmoeras zo ingezakt dat men het water er uit moest malen met een molen, het werd nu "een polder". Later, in 1529, kwam daar nog een tweede molen bij maar men kreeg in de gaten dat het toch gunstiger was om weer op de Oude Rijn te gaan malen.

In 1564 bouwde de Weijpoortsche polder een eigen molen en viel het weer onder het Grootwaterschap van Woerden. In 1672, het "Rampjaar" werd deze molen door de Franse soldaten afgebrand. Tijdens de restauratie in 1995 werd het jaartal 1674 gevonden, er wordt vanuit gegaan dat toen de huidige molen werd herbouwd. In 1812 bleek de molen zo oud en slecht te zijn geworden dat men de polder mee liet bemalen door de twee molens van de buurpolder Langeweide. Dat beviel niet en in 1817 herstelde men de eigen molen. In 1938 werd de molen gemoderniseerd door het scheprad te vervangen door een vijzel en de wieken te stroomlijnen. Tot 1975 bleef de molen in gebruik voor de polderbemaling, daarna werd de bemaling overgenomen door een gemaal. In 1995 werd de molen ingrijpend gerestaureerd en wordt er nog wekelijks - op vrijwillige basis - met de molen gemalen.

Reconstructie molenaarswoning

In de "instructie voor de watermolenaar" van de molenaar welke in 1817 werd aangesteld staat dat hij de molen en het zomerhuis "goed en zindelijk moet bewonen". In 1909 wordt de woning in de molen afgekeurd door de gezondheidscommissie van de gemeente Bodegraven. In de onbewoonbaarverklaring staat dat hij moest wonen in de molen, "waar de slaapplaatsen ongeschikt waren en het er ondragelijk tochten". De woning in de molen raakte daarna in onbruik en werd uitgebroken. Uit archiefonderzoek, mondelinge overleveringen, betimmering en verfsporen kon een reconstructie gemaakt worden van de molenaarswoning met bedstee zoals het er uit gezien kon hebben tussen + 1850 - 1910.

Wat is er te zien?

Tijdens een bezoek aan de molen is te zien hoe een eeuwen oude en zeer grote poldermolen werkt. Hoe het water uit de polder wordt gemalen, hoe zware houten assen en wielen de vijzel aandrijven welke op zijn beurt het water uit de polder in de Oude Rijn uitmaalt. De molenaar vertelt - en laat zien - hoe de molen wordt bedient en geeft uitleg over de geschiedenis van het polderlandschap en de betekenis van molens voor de wordingsgeschiedenis van het huidige veenweide landschap. Binnen in de rieten ondertoren is te zien hoe ooit de molenaar met zijn gezin leefde in een kleine huiskamer met bedstee.

[ naar de bovenkant van de pagina ]